MOOOV | Young-Critics Return-I-will--to-old-Brazil

door Sam Duijf

media image

“Opvallend veel straffe films uit het grootste land van Zuid-Amerika”, zo leert de programmagids van het MOOOV filmfestival ons. Dichter dan mijn kortstondige basisschoolrelatie met een Braziliaanse klasgenoot ben ik zelf nooit tot deze Zuid-Amerikaanse grootmacht gekomen. Toen – ik was ongeveer elf jaar – had ik een idee van Brazilië als een land doordrenkt met expressieve dansvormen, exotische fruitsoorten en paradijselijke uitzichten. Ik had alleen oog voor de uitheemse schoonheid. Het voor mij onbekende.

Deze op weinig gebaseerde voorstelling leeft in meer of mindere mate nog voort in mij. Weliswaar genuanceerder en afgezet tegen een ruimere politieke en demografische context berust mijn idee, en vast en zeker dat van vele anderen, nog steeds op folkloristische voorstellingen. Eigenaardig, want het land is historisch gezien een Europese creatie – een Portugese ‘vondst’ (Cabral) om precies te zijn. Brazilië zou niet ontdekt zijn, maar geconstrueerd, om de stem van Braziliaanse denker Marilena Chauí te echoën. De nasleep van die mythe over de historische en culturele oorsprong van het land vindt veel weerklank bij de hedendaagse Braziliaanse cinema. Het (gemis van een) thuisland, de raciale versplintering binnen het land of het nostalgisch omzien naar een eerder punt in tijd: deze thema’s en sentimenten stromen niet alleen door de verschillende lagen van het land, maar voeden ook de stevige golf van Braziliaanse films die vandaag de dag het internationale filmfestival circuit overspoelt.

 

Op zoek naar het thuisland

“Wie of wat maakt Brazilië van ons?”, lijkt de inzet van veel van deze films te zijn. Moderne Braziliaanse cineasten halen herhaaldelijk en op verschillende manieren een nostalgisch citaat aan, zoals een lied, een verhaal of een visueel erfstuk. Veelal vol nostalgie, als een (soms met tranen gevulde) knipoog naar de tijd van toen. Waar ‘thuis’ zich in het thuisland bevindt, is daarbij veranderlijk en vaak zelfs onbekend. In het internationaal geprezen Aquarius bijvoorbeeld verbrokkelt op expliciete wijze het huis van een oudere vrouw. De moeder en oma blijft steevast in haar vertrouwde appartement wonen al is het complex verder onbewoond en dreigt het door een vastgoedmakelaar op de schop te gaan. De oudere vrouw klampt zich vast aan de vinyls en (foto)boeken van haar generatie. Ze ervaart een nieuwe tijd die ze niet of nauwelijks kan tegenhouden. Een ander voorbeeld is de Braziliaanse backpacker Gabriel Buchmann in Gabriel e a Montanha die ons met zijn overhaaste reis- en vluchtgedrag door het Afrikaanse continent opzadelt met een paradoxale vraag: is het idee van thuis vervangbaar door weg te gaan van de plek die je terug wil vinden? De film geeft geen antwoord. De gaten in deze verhalen worden nooit volledig opgevuld.

Gelijksoortige films, geverfd in deze grondtonen, katapulteren zich richting de rest van de wereld – meestal via filmfestivals. Voor een groot deel hangt die trend samen met een vernieuwde audiovisuele wetgeving die vanaf de jaren 1990 de Braziliaanse culturele productie een zetje wil geven, mede waardoor namen als Walter Salles, Cao Hamburger en Fernando Meirelles internationale bekendheid verwierven. Al zijn de middelen voor filmmakers verre van onuitputtelijk. Zo kreeg de regisseur van On Wheels bijvoorbeeld ‘maar’ 200.000 euro voor zijn ambitieuze langspeel-roadmovie. Reden voor hem om in de toekomst toch samen te werken met Europese coproducenten, terwijl andere regisseurs koppig blijven vasthouden aan effectief en pragmatisch filmmaken. Het is altijd behelpen, tenzij je natuurlijk een knieval voor de commercie maakt en het grote publiek wil behagen. Iets waar volgens onder meer de Braziliaanse regisseur Eduardo Nunes weinig mis mee is: “het houdt de ademhaling van het Braziliaanse filmklimaat in stand”. “Het gaat om de balans”, voegt hij er haastig aan toe. Het punt is dat film door de slagaders van Brazilië stroomt en zoekt naar eigenzinnige vormen om een oud verhaal nieuw te vertellen.

 

Foto als visueel handvat

In de transitie van oud naar nieuw is een opmerkelijke rol weggelegd voor de foto. Bij de één als leidmotief, bij de ander wat subtieler. In On Wheels is het de aanleiding voor de tiener Lais om haar vermiste vader te traceren aan de hand van de enige foto die ze van hem heeft. Zij neemt de verlamde, maar hulpvaardige Lucas mee op een bijzonder avontuur om de man op de foto te achterhalen. Ook komen we foto’s tegen in Gabriel e a Montanha, het waargebeurde verhaal van de omgekomen reiziger Gabriel Buchmann die fervent foto’s maakte op reis door Afrika. Nog meer dan voor het Afrikaanse landschap zelf heeft Buchmann oog voor zijn Braziliaanse vriendin die hem komt opzoeken en geregeld onderwerp wordt van zijn fotografie. Zijn lens probeert haar constant te vangen. Zelfs in Afrika gaat Buchmann uiteindelijk op zoek naar Brazilië. De oorspronkelijke foto’s van zijn waargebeurde reis worden als archiefmateriaal ingezet en versneden met Buchmanns fictieve biografie. Expeditie en nostalgie leven met elkaar in één verhaal. Nog een ander voorbeeld vinden we bij de openingsbeelden van Aquarius die oude zwart-wit foto’s van de boulevard in Recife laten zien. En zelfs in Vazante, een negentiende-eeuws familieverhaal binnen de context van slavernij, toont foto’s. Niet expliciet, maar de gedetailleerde zwart-wit frames worden dusdanig lang uitgelicht dat die beelden als fotografische composities worden ervaren door de kijker.

Een vlak en klein stukje karton (of plastic tegenwoordig) kan een diepere betekenis herbergen in zijn reikhalzend teruggrijpen naar een punt in het verleden; toen het nog zo en zo en zo was. Een foto levert het existentiële bewijs dat hetgeen “dat-geweest-is” zowel waar als verleden is, zoals Roland Barthes stelt. Louter de simpele gewaarwording dat iets of iemand zich voor de camera bevond op een bepaald moment in de tijd; een snapshot van een oud(er) moment waarvan je niet kunt ontkennen dat het ooit daar was. De visuele, fotogenieke handvaten zijn ingebed in deze films en bevestigen hiermee de nostalgische verlangens, vermengd met gevoelens van gemis, afstand en liefde.

In dit opzicht is een foto niet puur een verleden dat wordt opgeroepen, maar wordt deze een realiteit in een oude staat. Weliswaar verkoolt die realiteit zodra de foto is gemaakt, maar toch bespeuren we iets levends in de foto’s uit de Braziliaanse films. We ervaren een gebalsemde tijd, zoals filmcriticus André Bazin zou zeggen. Een fragment uit een verleden ontvouwt zich in een andere tijd. De oorspronkelijke datering haalt zichzelf in.

 

Een intieme hunkering

Het nostalgisch najagen van zo’n ‘werkelijk verleden’ lijkt soms verstandiger dan het aanhangen van een vervuilde tegenwoordigheid. De Braziliaanse films vormen voor mij geregeld een optelsom van een continue geldnood, het gevoel ver van huis te zijn en het besef onderdanig te zijn aan een wegwerpmaatschappij. De veelal sentimentele personages creëren een wildgroei aan vragen en verlangens. Toch streven deze personages er allemaal naar om zich vast te klampen aan hun thuisland dat desondanks als zand tussen hun vingers glipt. En nu ik dit zeg, herinner ik mij ineens de Braziliaanse vlaggetjes en de Zuid-Amerikaanse muziek die bij mijn vroegere klasgenote in huis aanwezig waren. Dat fascineerde mij vaak als ik er kwam. In dat opzicht krijgen de woorden die voor eeuwig gecanoniseerd zijn in Terry Gilliams dystopische film Brazil ook voor mij betekenis:

Brazil
When hearts were entertained in June
We stood beneath an amber moon
And softly whispered 'some day soon'

We kissed and clung together
Then
Tomorrow was another day
The morning found me miles away
With still a million things to say

Now
When twilight beams the skies above
Recalling thrills of our love
There's one thing I'm certain of

Return I will
To old Brazil

 

Zonder ook maar één toon te horen, dringt de melodie zich aan mij op. Of dit nu de kracht van de tekst of van de melodie zelf is: alles in dit lijflied echoot een larmoyant gevoel. Een gedachte die beaamt nu op zijn plaats te zijn, maar ooit geheel op zijn plaats was. Want volgens de laatste woorden van de songtekst is een ding is zeker: het oude Brazilië zal ooit nog eens beleefd worden.

In de Braziliaanse films op het MOOOV Filmfestival zijn het geregeld de kartonnen fotoplaatjes die overvloeien in diepgewortelde verlangens. Het zijn de visuele momentopnames die de verhalen van vroeger laten leven. We kijken naar een film – naar bewegende foto’s dus – waarin personages op intieme wijze hunkeren naar iets of iemand vanwege een visuele geheugensteun. Alsof enkel een mentale herinnering niet voldoet, misschien omdat deze te makkelijk vergeten of verstoord kan worden door het brein?

Enerzijds circuleert dit sentiment, gevangen door een fototoestel, in de privésfeer van Braziliaanse families en gezinnen. Dat is ten slotte de plek waar de foto vaak tevoorschijn wordt gehaald. Anderzijds duiken er meer en meer Braziliaanse filmmakers op die het Zuid-Amerikaanse land elk op hun manier representeren. Sterk gestileerd of expliciet sociaal-kritisch: binnen verschillende genres laten regisseurs de rest van de wereld over hun schouders meekijken naar intieme portretten. Hoe verhouden wij ons dan tot die diepgewortelde verlangens die wij via persoonlijke foto’s te zien krijgen? De vraag “wie of wat Brazilië van de Brazilianen maakt” blijft voortleven in de vele films. Een vraag die diep van binnen misschien beantwoord is voor de Brazilianen, maar voor de buitenwereld nauwelijks te bevatten is.

Young Critics @ MOOOV

Cinea selecteerde en begeleidt 6 jonge schrijvers die verslag uitbrengen over de reeksen van MOOOV Filmfestival. De 'Young Critics' van dienst zijn Camilla Peeters, Michaël Van Remoortere, Tom Rouvrois, Sam Duijf, Sven Hollebeke en Lotte Bode. 
Hun pennenvruchten vind je zowel op de blog van Mo* Magazine, op de website van rekto:verso en op de website van MOOOV!

Meer weten? www.cinea.be