MOOOV | Young-Critics De-onvertelde-verhalen-van-inheemse-volkeren

door Lotte Bode

media image

Wat weet u over de Chileense Mapuche-indianen, de Karen People in Birma of de Peruviaanse Quechua-indianen? Rond deze volkeren hangt vaak een zweem van mysterie. Maar al leven zij in stilte, hun bestaan komt steeds meer in gevaar door de aanhoudende strijd die ze moeten voeren tegen onderdrukking. Hoog tijd dat hun verhalen verteld worden.

 

Mysterie is een goede inspiratiebron. Vraag maar aan cineasten als Steven Lewis Simpson, Maui Druez en Preben Verledens. Met #nativepeople wijdde het MOOOV-filmfestival dan ook een reeks aan films die de grote diversiteit aan culturele tradities van inheemse volkeren in beeld brengen. Wie deze films naast elkaar legt, kan niet anders dan opmerken dat filmmakers vaak hun geprivilegieerde positie als witte artiest inzetten om onderdrukte groepen een stem én gezicht te geven. Dat is niet zonder risico’s. Hoe breng je een andere cultuur in beeld zonder te hervallen in exotisme?

 

Documentaire en antropologie

Nanook of the North (1922) van Robert J. Flaherty geldt als de eerste documentairefilm. Of toch op het eerste gezicht. Deze zwart-witfilm toont het leven van de Inuit Nanook en zijn familie, maar de regisseur stelde dat leven op pellicule veel primitiever voor dan in de realiteit. Hij vroeg zijn personages om met speren in plaats van geweren te jagen of filmde in een artificiële iglo met slechts drie muren en zette op die manier verschillende taferelen in scène. Flaherty schetste zo een simpel maar verkeerd beeld van de Inuitcultuur, dat daarom wel goed in de smaak viel bij het grote publiek. De eerste documentairefilm werd dan ook meteen het eerste gescripte documentairedrama.

 

Dat is niet verrassend. Het documentaire-genre ontstond immers in een tijd dat ook antropologie als wetenschap in zwang raakte. Een direct gevolg van het 19e-eeuwse kolonialisme, wat het Westen prikkelende om andere culturen te ontdekken. In het kader van dekolonisering volgde daarop een beweging die de interventie van de witte onderzoeker net in vraag stelde. Ook vandaag pleiten stemmen ervoor dat in antropologie ‘de witte mens’ zich enkel over zijn eigen cultuur mag uitspreken.

 

Birmaanse hiphop in Bangkok

De Vlaamse documentairemakers Maui Druez en Preben Verledens kijken daar alvast anders naar. ‘Een blanke die iets wil vertellen over de niet-blanke, moet sowieso voorzichtig zijn,’ vertelt Druez. ‘ Het moet echter mogelijk zijn, anders ontstaat er een wereld waarin je enkel verhalen mag vertellen over de wereld waartoe je behoort.’ In I am Golden Karen (2018) zoomt het tweetal dan ook in op de Karen People, één van de grootste etnische minderheidsgroepen in Birma. In Karen State, het bergachtig landschap waar de Karen wonen, woedt al sinds 1949 een burgeroorlog tussen de Birmaanse overheid en het Karenvolk. De regisseurs besloten om Thawaa te volgen, een Birmaanse migrant in Bangkok die in zijn vrije tijd hiphopmuziek over zijn situatie creëert. Door in te zoomen op één figuur, krijgen de Karen een gezicht.

 

Thawaa’s familie woont in een grensdorp tussen Birma en Thailand. De jonge kerel belt geregeld met zijn familie, stuurt hen geld op en bezoekt hen als het kan. In zijn muziek rapt Thawaa over het verlangen om terug te keren naar zijn land en om voor zijn familie en zijn nieuwe vrouw te kunnen zorgen. I am Golden Karen toont de zorgen, de dromen en de geluksmomenten van één persoon. De documentaire pretendeert op die manier niet een hele cultuur te vatten, maar toont wel wat het kan betekenen om tot de Karen-gemeenschap te behoren. De witte makers slagen er zo in om een genuanceerde inkijk in een andere cultuur te geven.

 

Inheemse volkeren in fictie 

Ook via fictie brengen witte regisseurs inheemse volkeren in beeld. In Neither Wolf nor Dog (2016) van de Schotse regisseur Steven Lewis Simpson vraagt een 95-jarige Lakota-indiaan aan een witte auteur om een boek over hem te schrijven. Wat volgt, is een lange roadtrip doorheen het indianenreservaat Pine Ridge. Opnieuw maakt de toeschouwer kennis met een cultuur door een ontmoeting met individuen.

 

In Simpsons drama staan de 95-jarige Dan, zijn vriend Grover en de witte schrijver Kent Nerburn centraal. Stuk voor stuk ronde, uitgewerkte personages. De twee Lakota-indianen tonen een glimp van hun humor, hun gewoontes en hun herinneringen, vooral gelinkt aan de conflicten tussen de indianenstammen en de Amerikaanse overheid. Zo laat Neither Wolf nor Dog zien hoe het leven van een Lakota-indiaan er kan uitzien. Hun cultuur valt immers niet samen met één type persoon of één levensstijl, maar geeft ruimte voor diversiteit.

 

De witte schrijver Nerburn komt in de film zelf voor het eerst in contact met Lakota-indianen. Zijn onwennige houding en zijn nervositeit bij Dan, Grover en hun omgeving doet de (witte) kijker reflecteren over zijn eigen positie. Hij wordt tijdens deze ontmoeting namelijk geconfronteerd met zijn eigen vooroordelen. Doorheen de film stelt hij zich meer open, waardoor je als kijker – samen met Nerburn – de Lakota-indianen leert kennen.

 

Films als I am Golden Karen en Neither Wolf nor Dog tonen dat het als witte filmmaker mogelijk is om een inheems volk voor te stellen en zijn cultuur genuanceerd te portretteren, zonder het te reduceren tot een stereotype.

 

Filmen voor gerechtigheid

Waarom willen witte filmmakers als Simpson, Druez en Verledens eigenlijk het verhaal van etnische minderheden vertellen? Enkel nieuwsgierigheid voor ‘het andere’ lijkt een te gemakkelijke verklaring. In vele gevallen blijkt het motief een onrechtvaardigheidsgevoel. ‘Dat de problematiek en het langstdurende burgerconflict hier totaal onbekend zijn is hallucinant,’ licht Maui Druez haar motivatie voor I Am Golden Karen toe. ‘Omdat er geen Europese belangen zijn in dat gebied, is er ook geen plaats voor media. Als er dan geen creatieve documentairemakers zijn die de tijd nemen om hun verhaal te vertellen, kom je op geen enkele manier Thawaa’s geschiedenis en die van de Karen People te weten.’

 

Ook de Schotse regisseur Steven Lewis Simpson uit zijn bezorgdheid om het lot van de etnische minderheid die hij in beeld brengt. Met Neither Wolf nor Dog wil hij de wantoestanden van de Amerikaanse indianen aankaarten. De laatste 150 jaar van de geschiedenis van het Pine Ridge reservaat bestaat uit conflicten met de overheid waarbij onder meer de grond en de rechten van de Amerikaanse indianen op het spel staan. In 2016 protesteerden de Lakota indianen nog samen met honderden andere stammen tegen de Dakota Access Pipeline, omdat deze oliepijplijn hun drinkwater zou vervuilen. De drang om dergelijke groepen een stem te geven en hun untold stories te vertellen, is groot.

 

Volgens Lewis Simpson vergeet de maatschappij dat de Amerikaanse indianen bestaan. Kinderen uit de Verenigde Staten denken dat het een uitgestorven ras is. Cinema treft daarvoor de grootste schuld, meent hij. ‘Honderd jaar lang toonden films dat genocide oké was,’ licht Simpson toe. ‘Ze toonden lieve, witte families die door het land verhuisden en vermoord werden door verschrikkelijke, gruwelijke wilden. Nochtans waren die ‘wilden’ degenen die afgeslacht werden door de mensen die hun land binnenvielen, maar Hollywood vertelde jarenlang een ander verhaal.’

 

De verkeerde beeldvorming van Amerikaanse indianen of het ontbreken van een bewustzijn rond de langdurige burgeroorlog in Birma: witte filmmakers hebben wel degelijk valabele sociale en ethische beweegredenen om inheemse culturen op te voeren.

 

De kracht van de herkenning

Om de tegenstelling van wij versus zij te doorbreken, doen de makers van Neither Wolf nor Dog en I am Golden Karen een beroep op de empathie van hun publiek. Door in te spelen op herkenning en een particulier verhaal te vertellen, zetten ze universele problematieken op de agenda. ’Mensen moeten anderen erkennen als gelijkwaardig,’ stelt Lewis Simpson. ‘Empathie kan aangeleerd worden via personages op het scherm. Neem Muhammad Ali: hij veranderde de manier waarop er naar zwarten gekeken werd. Hij kon op een enorme bewondering rekenen, want hij was grappig en charismatisch. Mensen sympathiseerden met een zwarte en beseften dat het een mens was zoals iedereen. Dergelijke empathie resulteert in transformatie.’

 

Door medeleven op te roepen, trachten witte cineasten te verbinden. De grens met medelijden is hier echter niet ver, maar die valt best te vermijden. Medelijden reduceert een persoon immers tot een slachtoffer van zijn situatie. I am Golden Karen humaniseert ‘de migrant’, maar wekt in essentie geen medelijden op. In de documentaire zien we even goed de veerkracht van een migrant. Medeleven werkt, medelijden niet.

                       

Vandaag beseffen witte filmmakers dat het voor hen niet evident is om inheemse culturen te portretteren. Ze zijn zich wel degelijk bewust van hun positie, want zoals Maui Druez eerder al zei moet je als blanke voorzichtig zijn om iets over de niet-blanke te vertellen. Maar ze nuanceert ook. ‘De blanke, hoogopgeleide middenklasse die enkel over zijn eigen omgeving mag spreken, dat is veel te eenzijdig. Het standpunt van een buitenstaander is net interessant. Trouwens, als je gaat differentiëren op kleur en cultuur zijn we terug bij af.’

 

Wanneer witte regisseurs films maken over inheemse volkeren, breken ze grenzen open. Omwille van de geschiedenis van exotisme in film, blijkt de manier van aanpak wel zeer belangrijk. Een open geest geldt daarbij als de grootste vereiste. Als witte cineasten zich aan die voorwaarde houden, moet hun engagement aangemoedigd worden. Ze brengen verhalen onder de aandacht, die anders mogelijks onverteld zouden blijven.

 

Lotte Bode

Young Critics @ MOOOV

Cinea selecteerde en begeleidt 6 jonge schrijvers die verslag uitbrengen over de reeksen van MOOOV Filmfestival. De 'Young Critics' van dienst zijn Camilla Peeters, Michaël Van Remoortere, Tom Rouvrois, Sam Duijf, Sven Hollebeke en Lotte Bode. 
Hun pennenvruchten vind je zowel op de blog van Mo* Magazine, op de website van rekto:verso en op de website van MOOOV!

Meer weten? www.cinea.be